Historie

Handbalvereniging Vlug en Lenig is een Geleense vereniging die in 1949 werd opgericht. In feite is de handbalvereniging Vlug en Lenig ontstaan door een “afstoting” van de zogeheten handbal leden uit Olympia. De atletiekvereniging Olympia moest haar atleten de ongunstige winterperiode door zien te loodsen en door de toenmalige technisch leider werd de atleten het handballen bijgebracht. Na een aantal jaren gingen de handballende atleten hun eigen weg en zoals de geschiedenis inmiddels heeft uitgewezen niet geheel zonder succes. De leden uit die tijd moesten alles zelf betalen en gingen per fiets naar Heerlen, Maastricht en Roermond om hun partijtje te handballen. Er werd vrijwel vanaf het begin met 4 teams gespeeld, twee herenteams en twee damesteams. Het aantal leden bedroeg eind 1949 in totaal 77, waarvan 44 dames en 33 heren; eind 1950 was het totaal opgelopen tot 112, waarvan 57 dames en 55 heren.

In de loop van haar bestaan heeft Vlug en Lenig zich een vaste plaats verworven in de Geleense gemeenschap en in de nationale handbalwereld. De sportieve prestaties waren vanaf het prille begin van beduidende betekenis. Natuurlijk kwamen de successen niet vanzelf tot stand. De vereniging heeft in de loop der jaren vele bekwame bouwers/trainers, bestuursleden en begeleiders gekend. Zij allen hebben aan het imago van V&L gewerkt en met resultaat. Seizoensvoorbereidingen in het buitenland en stages deden hun intrede. Aan de leden van de selecties die voor een groot deel bestonden uit studenten, eind jaren 70 begin jaren 80, kon een kleine tegemoetkoming in de reiskosten worden gegeven, een eerste bescheiden stap op weg om de topspelers gratis hun sport te kunnen laten beoefenen.

Het ledental van de vereniging schommelt dan tussen de 300 en 350 leden.

Op 15 mei 2000 gingen de leden van V&L akkoord met een aanpassing van de verenigingsstructuur met ingang van het nieuwe seizoen 2000-2001.
Het bestuur van de ‘Omni-Sportvereniging V&L Geleen’ kreeg voor het tophandbal binnen V&L assistentie van een tweetal stichtingen; de Stichting Dames Tophandbal Geleen en de Stichting Heren Tophandbal Geleen. Beide stichtingen werden verantwoordelijk voor de operationele en financiële zaken verbonden aan het spelen van de Sr1-, Sr2- en A1-teams.

Tijdens het seizoen 2008-2009 werd door de heren-topsportafdelingen van V&L, BFC en Sittardia, met steun van de provinciale en gemeentelijke overheden, een nieuw concept ontwikkeld; de Stichting Tophandbal Zuid Limburg (THZL) ging, met ingang van het seizoen 2009-2010, in samenwerking met de verenigingen en het Nederlands Handbal Verbond (NHV), de belangen behartigen van een tweetal topsportteams t.w. de Limburg Lions 1 (eredivisie) en Limburg Lions 2 (1ste divisie). Per 6 april 2009 werd de samenwerkingsovereenkomst tussen de Omni-Sportvereniging V&L Geleen en de Stichting Heren Tophandbal Geleen beëindigd.

In 2008 maakten de V&L-Heren1 samen met HV Sittardia en HV BFC onderdeel uit van het project Limburg Lions In 2015 is BFC uit dit samenwerkingsverband gestapt en spelen OCI-Lions 1 en OCI-Lions 2 onder licentie van Sittardia en V&L in de abslolute top van de Beneleague en de Eredivisie
In het voorjaar van 2009 werd het duidelijk dat het voor de Stichting Dames Tophandbal Geleen welhaast onmogelijk zou gaan worden om voor het komende seizoen een sluitende exploitatie te kunnen presenteren. De besturen van de vereniging en de stichting kwamen overeen per 30 juli 2009 de samenwerkingsovereenkomst te ontbinden; de vereniging draagt sindsdien weer de volledige verantwoordelijkheid voor het faciliteren van het dames-tophandbal.
In 2010 promoveerden Dames 1 na een jaar eerste divisie weer naar de Lotto/Eredivisie waar ze sinsdien een stabiele factor zijn.
Het ledental van de vereniging is sterk groeiende en benadert weer de topjaren tussen 1970 en 1980 en gaat in de richting van 350 leden